Blogs René Broekhuyse

EBOLA

Artsen zonder grenzen, grenzeloos in de fout. 
Ebola hulp of zelfverrijking?

NB. Het eerste waar je aan denkt is het achteroverdrukken van geschenkengeld. 
Hiervan is geenszins sprake, deze suggestie mag op geen enkele wijze gewekt worden.

Er stond een arme Afrikaan aan de kade waar Nederlands hoop Karel Doorman volgeladen met hulpgoederen afmeerde.
Het gigantische schip werd verlost van zijn lading. De kade stond vol met West-Europese goederen.
Te midden van dat alles stond onze eenzame Afrikaan. Al verschillende keren had hij geroepen: "waar stonden nu toch die pallets met geneesmiddelen tegen Ebola!" Die had hij nodig! Hij was ziek, wilde genezen, maar kon de pallets met geneesmiddelen niet vinden.
Nu na al een dikke 11 maanden waren er nog altijd geen geneesmiddelen voor onze Afrikaan om de Ebola te bestrijden.
Onze Afrikaan is een doordenker. Hij stond daar op die kade met steeds meer doordenkende Afrikanen, zo’n 200.000.
De vraag kwam bij ze op: “Waarom is er nog geen geneesmiddel tegen Ebola bij”, erger nog, “waarom was er nog geen geneesmiddel op die kade in dat West-Afrikaanse land tegen Ebola?”
Ebola is een ernstig verlopende virus ziekte. Zeer veel slachtoffers, geen geneesmiddel. Waarom niet, zou je je kunnen afvragen.
Eerst een positief antwoord. 
Het is niet te maken: De mensheid mist de kennis om dit virus middel te produceren. Ik geloof daar niet in. Men heeft kennelijk fiducie in het produceren. Meerdere groot farmaceuten zijn ermee bezig.
Het is te duur: Daar geloof ik ook niet in. Je moet je realiseren dat je zo’n 100 à 200 duizend mensen het leven zou kunnen redden. Zet dat eens af tegen de reddingskosten van één kanker- of aidspatiënt.

Er zijn een paar hardere argumenten nodig.
De Afrikanen hebben zelf geen stuiver om zo’n proces te bekostigen. Het gaat nog steeds slechts om een lokaal gebeuren, om 200.000 mensen levend in een verpauperd en volstrekt oninteressant stuk wereld.

Onze Afrikaan was ook telkens aanwezig wanneer het schip aanmeerde. Hij had wat vrienden en kennissen meegenomen. Ze waren wel met zo’n 20 duizend medepatiënten. Ze riepen weer naar boven: “Waar staan de medicijnen, want die hebben we nodig anders gaan duizenden van ons dood”.
Er werden allerlei hulpgoederen uitgestald. 
Onze Afrikaanse vriend en zijn medepatiënten vonden daar geen Ebola geneesmiddel bij.


VERVOLG…

Een farmaceutische firma Jansen in Tilburg was al die tijd bezig geweest om een vaccin te ontwikkelen. Dat is eigenlijk niet gelukt. 
Er is nog geen oplossing voor het Ebola probleem. Men is dicht bij het afronden van een onderzoek naar een preventief middel dat mensen beschermt tegen deze besmetting. Dat zou zeer lucratief kunnen zijn en dus interessant voor de groot farmaceuten.
Jansen heeft in principe nog niets.
Het zou iets kunnen worden. Je hoort nu al geluiden van 2 miljoen dosis 1-1-16.

Glaxo heeft ook niets, dat is een tweede farmaceut die aan de ontwikkeling van een vaccin bezig is.
In Japan is een derde groot farmaceut bezig om een vaccin tegen Ebola te ontwikkelen.

Ebola is al meer dan 50 jaar bekend als een ernstige virusziekte. Het is dan ook te betwijfelen of daar door de WHO voldoende achteraan is gezeten. Dit vaccin had al jaren beschikbaar moeten zijn.
Ik denk dat de farmaceuten al 50 jaar de Ebola op hun verlanglijstje hebben staan, maar de kosten te hoog vinden. Een schandalige kosten baten analyse.
Het betekent wel dat het vaccin er niet is en dat de ziekte overwonnen moet worden door hem te laten uitwoekeren.
Dit lijkt mij het moment om dat uitwoekeren eens kritisch te bezien.
In hoeverre heeft een farmaceutische industrie het recht zo’n besluit te nemen.
Ik zie de acties van ‘Artsen zonder grenzen’ als een uitproberen van allerlei beschermingsmaterialen. Ondersteuning van de industrie die daar mee bezig is. Voor de acute Ebola patiënt hebben ze geen aandacht.
Er zijn alleen al in Nederland wel vijf top homeopaten die een middel kennen dat soelaas zou kunnen bieden bij Ebola. Kosten zijn zeer gering, resultaten zijn onvoorstelbaar.
Maar nee, we moeten eerst de farmaceutische industrie laten aanmodderen. Zelfs dan wordt niet gezocht naar krachten in de natuur.

Bij DNH Research hebben we per acuut 50.000 dosis korrels beschikbaar. DNH Research heeft een nieuw procedé ontwikkeld waarmee je via frequentie houdende korrels in 7 weken de patiënt kunt behandelen. Met dit middel hebben wij in het verleden grote successen behaald. We hebben dit bij ‘Artsen zonder grenzen’ bekend gemaakt. Zonder verdere argumentatie dan dat de leiding van deze club niet zo geporteerd is voor homeopathische behandeling, werd het gebruik van dit middel, Ebo-V, terzijde geschoven. Zonder verdere informatie, zonder verder onderzoek.
De UMF frequentie therapie, die op zich veel lijkt op homeopathie maar honderden malen sterker is en ook absoluut geen homeopathie is, had reeds duizenden mensen het leven kunnen redden.
Nog steeds zijn er veel Ebola patiënten die te redden zijn met onze UMF Ebo-V korrel.
Schande dat je na een duidelijke mislukking van de farmaceutische industrie nog steeds geen alternatief wilt toepassen. Grote schande.

Wat deze club wel heeft vastgesteld is dat de beschermende pakken bescherming bieden. Fijn om te weten, maar als patiënt heb je er nu niets aan.
Ik zie het slechts als ondersteuning van die isolerende pakken industrie en van eigen bescherming.
De patiënt is slechts referentiemiddel. De ziekte moet maar uitwoekeren.



HET RECHT VAN DE KROMME DRECHT

 Aanklacht Nederlandse Vereniging tegen kwakzalverij

“Goedemorgen, u spreekt met dokter Broekhuyse. Spreek ik met de Nederlandse Vereniging ter bestrijding van kwakzalverij.”

“Nee, zo heten wij niet. Wij zijn de Nederlandse Vereniging tegen de kwakzalverij.”

“Dank u, dan ben ik toch aan het goede adres. Ik zit met een probleem. Ik ga uw vereniging aanklagen voor smaad. Ik mis echter in het dossier uw aanklacht. Ik bedoel de aanklacht die u hebt ingediend bij het OM om te bewerkstelligen van een artikel 12 procedure, dat Drs. Broekhuyse toch vervolgd zou worden in verband met de dood van Sylvia Millecam. Die aanklacht zou ik graag ontvangen. Ik heb de tekst daarvan nooit gelezen. Ik ben benieuwd wat uw vereniging daar heeft geschreven, om het OM om te krijgen. Mijn verzoek is deze tekst op te sturen naar mij.”

“We zullen dit intern overleggen. U hoort van ons.”

“Het is u geraden”, dacht ik. Die tekst moet elders te vinden zijn. Voor de zekerheid bel ik ook mijn advocaat, die moet die tekst eigenlijk ook hebben. Dan zou de rechtbank de tekst van de aanklacht nog moeten hebben. Hoe hoger je komt, hoe moeilijker men doet. Ik kom er wel.

Er ligt nog een hoop werk te wachten. Ik ben bezig de rechters en raadsheren aan te klagen voor malversatie. Het is moeilijk de strafrechtelijke klacht op de goede plek te krijgen. Je voelt een gedegen weerstand om aan zo’n glibberige procedure mee te werken. Wie er maar even onderuit kan komen, doet het. Zo ben ik al 5 à 6 weken bezig. Nog steeds sta ik volledig aan het begin. Het voordeel is dat je de tekst van de aanklacht nog steeds weer kan aanpassen. Ik heb het wel verstuurd, maar iedereen legt het naast zich neer en zegt dat ik elders moet zijn. Dan lees ik het nog weer eens door en pas weer wat aan. De klacht wordt wel steeds beter verwoord.

 

Sylvia komt bij de dokter

Er komt een vrouw bij de dokter, Sylvia.

“Sylvia, leuk je weer eens te zien. Wat is er aan de hand?”

“Nou, dokter. Ik heb een knobbeltje in de borst.”

“Is het pijnlijk?”

“Nee, maar ik wil toch even overleggen wat het is.”

Dokter voelt aan het knobbeltje. “Ja, daar kan je nog niet veel van zeggen. Het is niet hard, niet druk pijnlijk, maar we moeten het in de gaten houden. Kom met een week of vier nog eens terug, dan doen we het goed, dan is het verantwoord wat we doen.”

Zeven maanden later op receptie van het een of ander komen Sylvia en de huisdokter elkaar toevallig tegen. Sylvia komt op het spreekuur en de dokter vindt een 1,6 cm groot tumortje, gevoelig en verhard. Dat was schrikken! Onmiddellijk naar de specialist verwezen voor nader onderzoek en punctie.

Het is maar hoe je het bekijkt, maar Sylvia had eerder terug moeten gaan of de dokter had haar moeten bellen, “ Waar blijf je?” Maar hier ligt wel de echte oorzaak van de dood van Sylvia.

Alle rechters lezen hier welwillend overheen, maar het feit blijft; had de dokter er achteraan gezeten of was Sylvia niet zo eigengereid geweest, dan was de oplossing een fluitje van een cent geweest. Nu zat ze met een agressief groeiend tumortje en lagen de gevaren op de loer.

Ik heb die kwakzalver jagers ook nooit over dit verloop gehoord. Alle rechters hebben dit stukje als niet relevant ter zijde geschoven. Het paste natuurlijk niet in het totale concept “Broekhuyse was de schuld”, die moet hangen ter verkrijging van jurisprudentie.

Wordt vervolgd….

 

De ene rechter is de andere niet

“De Rechtbank”, klinkt het heftig en deftig. De pedel kondigt zo de rechtbank aan en de aanwezigen worden verondersteld op te staan uit respect. Tot de pedel zegt: “Gaat u zitten”. Dan mag iedereen weer gaan zitten.

Ik had vroeger ook heilig respect voor de rechters. De rechters spraken recht, ze zorgden voor een ordentelijke toepassing van de wet. Dit respect is volledig verdwenen.

De rechtelijke macht is voor mijn gevoel verworden tot een groeiend kankerachtig gezwel dat willekeurig oordeelt op een dictatorachtige manier. De rechters dicteren wat hun mening is. Als paarden met oogkleppen stormen ze op hun doel af. Alles wat niet in die blinde race past wordt als niet relevant voorbij gesjeesd.

Nu ik dit schrijf, denk ik even aan het voorval waarbij een jongeman, een vriendelijke jongeman, een andere jongeman doodrijdt. De rechters oordelen over een jongen die verschrikkelijke pech heeft en een andere jongen doodrijdt. Niet met opzet, gewoon pure pech. Dat was het doel van die voort hollende paarden met die oogkleppen. Alles wat tot andere conclusies kon leiden werd als niet relevant aan de kant geschoven. Straf, een paar honderd uur papier prikken. Dan komt er een andere rechtbank, die kennelijk meer heeft in te brengen en die rechtbank zegt dat het de zoveelste keer is dat deze jongeman ongelukken veroorzaakt van redelijk ernstige aard. Dat hij daarnaast weinig emoties toont, het is gewoon zo, ik ben zo. De rechtbank oordeelt en veroordeelt tot 9 maanden detentie en nog wat maatregelen. Nu ook weer met oogkleppen en met één doel voor ogen. Die jongen moet flink aangepakt worden, dat is het nieuwe doel.

Alles wat relevant is wordt uit de kast gehaald, de verzachtende omstandigheden worden genegeerd.

 

Het blijft mensenwerk, maar de verschillen in benadering zijn toch wel geweldig groot. Dat moet in alle redelijkheid, om te voorkomen dat de rechtelijke macht als een lachertje wordt gezien, toch anders kunnen. De rechters zijn geen dictatoren. Tenminste dat zouden ze niet mogen zijn, anders zijn ze gewoon niet geschikt voor hun beroep.

Zo ook in de rechtszaak tegen Drs. Broekhuyse. Volledig onacceptabel.

 

Geen strafbare feiten volgens de politierechter

De politierechter die als eerste in de zaak Millecam oordeelde, zei na uitgebreid verhoor van de beklaagde, Dr. Broekhuyse en enkele getuigen, dat er geen redenen waren Dr. Broekhuyse iets strafbaars ten laste te leggen.

Dan komt de Vereniging ter bestrijding van Kwakzalverij en eist via een artikel 12 procedure een strafzaak tegen Dr. Broekhuyse. Je zou denken dat het OM dan met gepaste tegenzin aan zo’n zaak begint. Ik was in het begin ook heel optimistisch. Dan begint de rechtszaak met de aanklacht van OM voorgedragen door de mevrouw advocaat generaal. Als je dat verhaal hoort springen de tranen in je ogen. Waar halen ze het in godsnaam vandaan. Onvoorstelbaar, heftig, gemeen, ongevoelig, geen kwaadaardige nuance vermijdend.

“Mijnheer Broekhuyse, u bent een hondsvot van een dokter.” U hebt willens en wetens mevrouw Millecam laten wegkwijnen”. Dat woord wegkwijnen, echoot nog vaak na. Dat is zo intens gemeen en denigrerend dat je je afvraagt: “Hoe kun je het uit je bek krijgen?”. (Excuses bij deze aangeboden, maar het is de juiste expressie.) Je bent op hetzelfde moment volledig lamgeslagen. Na de politierechter, na de verhoren, na de evaluatie van je eigen doen en laten komt zo’n beschadiging zeer hard aan.

Oké, laten we zeggen ze weet niet beter, maar in het verloop van de rechtszaak zal duidelijk worden dat het niet zo was en ik dacht:         “Dan zul jij procureurtje, stuk secreet, je excuses aanbieden voor deze beschuldiging”.

 

Van huisarts naar specialist

Sylvia werd onmiddellijk naar de specialist gestuurd, Dr. Tetering. Die achtte de mogelijkheid van borstkanker hoog en verwees Sylvia naar Dr. Janssen, oncoloog chirurg en gerechtigd om de punctie te verrichten. Alles werd in gereedheid gebracht en de punctie stond te gebeuren.

Op het laatste moment bedacht Sylvia zich. Ze was bang dat haar borstvergroting met siliconenmateriaal aangeprikt zou worden. Vóór Dr. Janssen tot de punctie kon komen, duwde Sylvia de naalden weg en weigerde verdere medewerking. Geen punctie, geen uitslag, geen diagnose. Zo simpel is dat.

In de geneeskunde is zo’n punctie heilig. Geen punctie, geen diagnose, geen operatie. Volgens de geneeskundige protocollen is dat nu eenmaal zo. Einde bemoeienissen Dr. Tetering en Dr. Janssen zou je denken.

Sylvia gaat dan naar een andere oncoloog op aanraden van Dr. Tetering en Dr. Janssen. Er was geen punctie, dus ook geen PA verslag. Toch moet er wat besproken zijn, want de nieuwe oncoloog, Dr. Meier, spreekt over een punctieresultaat zijnde adenocarcinoom, een gezwel in de borst. Dat kon nooit kloppen en dat wist Sylvia ook. Er was geen punctie geweest. Sylvia moest naar de chirurg oncoloog, maar niet met deze doorzichtige leugens. “Daar ga ik niet meer heen. Ik laat me niet voorliegen!”

De volgende oncoloog chirurg maakt ’t nog bonter. Die beweert het punctiemateriaal nogmaals onderzocht te hebben. Dr. Van de Wal was dat en ja hoor, het was adenocarcinoom.

De enige oplossing was chemo en daarna operatie.

Sylvia wist dat er geen punctie was verricht. Ook daar was ze snel uitgepraat. Ze wist het gewoon zelf. Er was geen punctie.

Bij deze Dr. Van de Wal moest ze ook niet zijn. Stelletje leugenaars.

Dan is er consult bij het Antoni van Leeuwenhoek.

Dr. Rutgers onderzoekt haar. Ja duidelijk kanker, duidelijk. Ook uit de verrichte punctie was het gebleken. Chemo en operatie waren de enige optie.

“Ja maar dokter, er is geen punctie verricht”.

Dr. Rutgers is wat korter van stof en niet bereid in discussie te gaan. “Mevrouw Millecam, u hebt adenocarcinoom. Chemo en operatie zijn de behandelingsmogelijkheden. Daar zult u akkoord mee moeten gaan, anders is daar het gat van de deur. Graag op korte termijn beslissen, want ik ga binnenkort op vakantie voor een maand”.

Daar moest ze ook niet zijn. Smerige leugenaars, doordrammers, despoten.

Dan volgt een consult bij Dr. Kappel uit Zwolle. Dit is een plastische chirurg, bekend met oncologie ingrepen. Mevrouw Kappel had twee belangrijke opmerkingen.

1e) Mevrouw Millicam u bent ernstig ziek en er is niets meer aan te doen. U bent ten dode opgeschreven.

2e) Wat is het verschrikkelijk jammer dat er nooit een goede punctie is verricht. Ik zal u naar het ziekenhuis verwijzen voor een punctie.

Ook deze punctie is niet tot stand gekomen. Mevrouw Millecam is er niet naar toe gegaan. Geen van de specialisten heeft iets voor haar gedaan. Pijnstilling regelde ze zelf. De andere adviezen wenste ze niet op te volgen.

Daar sta je dan met al je medicatie en operatiecapaciteiten. Een macht aan kennis. Je breekt er niet doorheen het blijft een medisch grote fout je doel te willen bereiken met leugens. Zeker niet bij een kiene patiënt die weet dat er geen punctie is verricht.

Ook echter een patiënt die geen chemo wilde, absoluut geen chemo. Haar vader was overleden door de chemobehandelingen en haar tante overleefde ook de chemo niet.

 

Sylvia bij Dr. Broekhuyse

We zijn dan ondertussen anderhalf jaar na de eerste constatering van het knobbeltje.

Dan pas is mijn eerste contact met haar.

Toen pas zag ik mevrouw Millecam als patiënt. Ten dode opgeschreven, absoluut niet bereid om chemo en operatie te ondergaan. Overtuigd door haar begeleiders (+ 25 artsen/therapeuten) dat het om een bacteriële infectie ging met een fikse afkeer van de reguliere dokters.

Die patiënt moest ik bij de reguliere dokters terug proberen te krijgen, want het was van het eerste moment dat ik haar zag, duidelijk dat er geopereerd moest worden.

 

Uit het eerste gesprek bleek wel dat ze niet geopereerd wilde worden. De moeilijkheid was toch dat ik moest proberen haar op andere gedachten te brengen. Na 3 maanden aandringen en behandelen was ze eindelijk bereid naar een chirurg te gaan. Ik gaf haar een brief mee voor de chirurg en ze ging er heen. De chirurg bevestigde dat toen hij voor de rechtbank moest getuigen.

Hier is dan zo’n punt waar je je over kunt opwinden. In de uitspraak van het hof wordt als een van de ten laste leggingen aangevoerd dat ik haar nooit aanspoorde om naar de chirurg te gaan.

 

Mevrouw Millecam kwam op het spreekuur, laat in de middag. Het was op stel en sprong.

De patiënt kreeg bij aanmelding voor consult een brief met als inhoud het verzoek om gegevens mee te brengen over klachten, behandeling en informatie van de voorafgaande behandelaars.

 

Wanneer er zo’n spoedgeval komt dan is het vergaren van die informatie een onhaalbare zaak voor de patiënt. Dat betekent dat hij niet zou kunnen gaan naar de dokter die hij of zij wil. Eerst informatie van huisarts en specialist; dat is op korte termijn niet te realiseren, maar ook op lange termijn niet gewenst. De patiënt is door deze eisen beperkt in zijn burgerrechten. Vaak wil de patiënt die informatie niet opvragen, want dat is toch een soort vertrouwensbreuk. Zeker als je naar een alternatieve collega gaat. Denk je dat die het beter weet, dan is dat een voelbaar verwijt. Dat is een onterechte beperking.

In een mishandelingszaak, met de dood als gevolg en dat willens en wetens bij een patiënt, waarvan de dokter (Dr. Broekhuyse) wist dat ze kanker had, noem je een stel punten waarvan de eerste luidt: “U hebt geen informatie ingewonnen bij de huisarts/specialist”.

Afgezien van het feit dat de patiënt het meestal helemaal niet wil, die wil gewoon een advies of behandeling van een andere dokter, is een nieuwe dokter- patiënt verhouding iets waar niemand iets mee te maken heeft. Dat is een burgerrecht waar de overheid vanaf moet blijven.

 

In een ernstige mishandelingszaak als deze kom je met deze simpele onzin op te proppen. Hoe kun je het uit je pen krijgen.

 

Mevrouw Millecam had de gegevens keurig op een rijtje in het hoofd.

 

Geen punctie, geen bloedafwijkingen, geen palpabele lymfeklier

Ernstig vergrote borstklier. Anderhalf jaar geleden begonnen. Sedertdien behandeld met alternatieve geneeswijzen door zo’n twintig therapeuten. Gediagnosticeerd in die alternatieve sfeer als bacterieel abces. Gediagnosticeerd in de reguliere orde door 6 oncologen die tot de conclusie kwamen, adenocarcinoom van ernstige aard. Definitieve diagnose adenocarcinoom nooit gesteld, geen punctie verricht, geen PA rapport, geen uitsluitende diagnose, geen bloedafwijkingen, geen palpabele lymfeklier.

Behandeling alternatief met vele middelen, echter zonder resultaat.

Behandeling regulier, geen behandeling. Geen pijnstilling want dat deed ze zelf met paracetamol met codeïne en cocaïne. Wel advies chemo eerst, daarna operatie en dan mogelijk nog nabestralen en hormoonkuur.

Mevrouw Millecam weigerde chemo en operatie. Er gebeurde regulier helemaal niets.

Alternatief werd van alles geprobeerd, maar zonder resultaat. Ook een langdurige behandeling in Zwitserland met bepaalde frequenties gaf geen verbetering te zien.

 

Nu of nooit opereren

De tweede grief van het OM was dat ik mevrouw Millecam niet direct doorstuurde naar een oncoloog of een pijnpoli. Naar de regulieren waar ze net 3 dagen daarvoor voor het laatst was geweest, daar wenste ze niet naar terug te gaan, omdat ze alleen maar chemo en operatie adviseerden en dat wilde ze niet. Absoluut geen chemo. Afgezien nog van het feit of ik zo’n patiënt wel onmiddellijk moet doorsturen, eigenlijk een onzinnige eis zeker bij een patiënt die daar net nog is geweest, was mevrouw Millecam volledig uitgekeken op het reguliere circuit. Ze had net drie dagen eerder gehoord van Dr. Kappel, oncoloog te Zwolle, dat ze ten dode was opgeschreven. Er was niets meer aan te doen. Mevrouw Kappel adviseerde nog een goede punctie te laten verrichten. De aanvankelijke punctie had geen resultaat opgeleverd, omdat mevrouw Millecam de naald eruit duwde/sloeg.

Nogmaals, absolute onzin en zinloosheid om haar direct weer door te verwijzen.

 

Het was voor mij duidelijk, ik moest proberen rust in het groeiende borstweefsel te brengen en bij verbetering van de toestand naar de chirurg verwijzen. Zo moest het gaan.

Zo is het gegaan. Door de behandeling met vrij simpele middelen, Zywut en Protexa, werd de tumor heel langzaam wat kleiner. In het begin waren de afmetingen 15 x 10 cm. Toen ze bij mij uitbehandeld was, was de tumor 14 x 9 cm. Dat scheelt in totaal 20 %. Toen zat er langere tijd geen verbetering in en wilde Sylvia wat anders ondernemen. Ze ging naar de behandeling terug die ze in Zwitserland langdurig had gehad. In goed overleg namen we afscheid nadat ik haar een brief voor de chirurg had meegegeven. De brief was kort maar krachtig.

“Geachte collega, er bestaat bij mevrouw Millecam een vreemde kankervorm. De tumor is wat kleiner geworden en de toestand/conditie van mevrouw Millecam is beter. Het is nu of nooit opereren, waaraan graag uw medewerking.”

 

 

 

Operatief verwijderen van de tumor

Geen PA rapport, dat maakte de zaak gecompliceerder. Dan mag er eigenlijk niet geopereerd worden. Daarnaast was er een onderzoek gaande om na te gaan wat beter was. Eerst chemo en dan operatie of eerst operatie en dan chemo. De afspraak onder de oncologen was boven de Waal eerst chemo. Onder de Waal eerst operatie. Mevrouw Millecam woonde boven de Waal, maar wilde geen chemo. Dit dilemma heeft zeker meegespeeld.

Dit had natuurlijk nooit een rol mogen spelen. Ik heb vier borstkanker patiënten gehad met hetzelfde verhaal. Er moet dus wel iets dergelijks aan de hand geweest zijn. Diep bedroevend dat een patiënt die geen chemo wil dan niet behandeld wordt.

 

Mevrouw Millecam vertelde waar ze geweest was voor behandeling en advies. Dat was een gênante lijst therapeuten en artsen die met zijn allen eigenlijk niets bereikt hadden. Bij summier onderzoek zag je een grote tumor van 10 x 15 cm. Zo hard als een plank en van vaste vorm. Geen lymfeklieren die betrokken waren in het proces.

Zo’n tumor en geen uitzaaiingen, dat moet een mens toch aan het denken zetten. De alternatieve behandelaars concludeerden dat het een groot bacterieel abces was. De reguliere onderzoekers, huisarts en 5 oncologen concludeerden dat het kanker was. Er waren in het bloed geen afwijkingen die op kanker duidden, maar ook de bacteriële infectie werd niet met bloedonderzoek bevestigd.

Een punctie was niet gedaan, omdat mevrouw Millecam bang was dat haar silicone implantaten aangeprikt zouden worden met lekkages en ziekte tot gevolg.

Geen punctie, geen bloedonderzoek dat in die of andere richting wees.

Een ding was zeker: Er was een grote tumor, zichtbaar en voelbaar en die moest operatief verwijderd worden!

Dat heb ik in vele van de consulten die ze bij mij had aangegeven. Mevrouw Millecam wilde geen chemo, maar ook geen operatie.

 

Uit gewoon regulier onderzoek kwam geen diagnose. Het was duidelijk dat 4 van de 5 oncologen, waarschijnlijk om haar eigen bestwil, Sylvia hebben doen geloven dat adenocarcinoom bij haar bestond en dat ze chemo moest hebben en geopereerd moest worden.

Mevrouw Millecam had dat zeker in de gaten en verloor op slag elk vertrouwen in deze specialisten.

De alternatieve complementaire behandeling, ook die langdurige behandeling in Zwitserland, leverde niets op.

Regulier wilde ze niet verder.

Alternatief kwam ze niet verder.

 

Sylvia weer bij Dr. Broekhuyse

Daar zat ze dan, een zielig hoopje ellende. Ze was samen met haar vriend Nol in uiterste nood op mijn spreekuur. Kort daarvoor had ze de afspraak gemaakt. Na een teleurstellend bezoek aan oncoloog nummer zes, Dr. Kappel uit Zwolle. Dat was de enige eerlijke specialist, recht door zee, maar wel hard. Haar conclusie was: “Mevrouw Millecam, u hebt een ernstige vorm van kanker. Er is niets meer aan te doen. U bent ten dode opgeschreven. Jammer dat er nooit een goede punctie is verricht. We weten zo nog steeds niet wat de uiteindelijke diagnose is waarop we kunnen besluiten tot de juiste behandeling”.

Dr. Kappel stuurde Sylvia nog naar een ziekenhuis in Zwolle voor een goede punctie.

Sylvia ging ook daar niet heen.

Het was drie dagen later dat ik haar zag, uitgeput en moegestreden, zoals vermeld een zielig hoopje ellende.

 

De rechtbank

We stonden allemaal weer netjes op. We hadden nog respect. Een van de eerste grieven van de rechtbank was dat ik mevrouw Millecam niet onmiddellijk naar het reguliere circuit terug verwees. Moet je voorstellen, een ernstig vergrijp als het allemaal waar was. Maar moet je ook voorstellen dat mevrouw Millecam uit eigen vrije wil een vrijblijvend oordeel wilde horen van een volkomen legaal en kundig werkend arts. Diezelfde arts zou de patiënt onmiddellijk weer terug moeten verwijzen naar de oncoloog. De onzin ten top en een volledig onterechte eis. Dat wordt als een van de ernstig aan te rekenen vergrijpen gezien. Als je het met enig boerenverstand beschouwd, dan voel je dat hier meer achter moet steken. De politierechter, daar hoefden we niet voor op te staan. De politierechter kwam tot de conclusie na uitgebreid onderzoek, verhoren van getuigen, verklaringen onder ede dat er geen strafbare zaken aan te rekenen waren. Iedereen wist hoe het gelopen was. Sylvia koos haar eigen pad. Dat is niet strafbaar. Haar met alle mogelijke middelen proberen over te halen anders te beslissen kan ook nooit strafbaar zijn en is dat dan ook geenszins. Case Closed zou je denken.

Dan komen de miezemuiten van de antikwakzalverclub. Zij dienen een strafklacht in via een bepaalde procedure. De rechtbank accepteert dat, ik denk met gepaste tegenzin. Dan begint de rechtszaak.

Eerst is er dan de aanklacht door de procureur generaal. Die komt dan met een verhaal, zo grof, zo gevoelloos, zo volkomen naast de waarheid dat je mond openvalt. De eerste klap is een daalder waard, maar die klap kwam van de aanklager. Misschien valt het nog wel mee. Maar nee, ook de rechtbank ging in dezelfde sfeer door. Daar stak wat achter en dat was, koste wat het kost, jurisprudentie produceren. Waarom?

Ja, om die jurisprudentie te gebruiken bij het aanklagen van artsen en therapeuten die niet regulier wilden werken.

 

Getuige Nol:

“Zei Dr. Broekhuyse wel eens dat Sylvia naar een chirurg moest gaan? “

“Nee, dat zei hij nooit.”

In een latere getuigenis zegt dezelfde Nol: “Ja, dat zei hij steeds vaker.”

Dat is op zich natuurlijk al laakbaar liegen, maar de rechters namen alleen de opmerking “dat zei hij nooit” mee, maar niet de ontkrachting daarvan.

Dan nog de chirurg die zegt dat er een brief was.

Dan is er de rechtbank die glashard zegt: “Nooit aangedrongen op de gang naar de chirurg en geen brief”.

Dat is toch gewoon malversatie, willens en wetens iemand schaden. Schandalig.

Daar leest de Hoge Raad gewoon overheen.

Ik denk dat ze het stuk helemaal niet gelezen hebben, want het staat bol van deze malversatie zaken. Als je dat rechtspraak noemt dan lust ik er nog wel één (borrel).

De uiteindelijke veroordeling tot 5 maanden voorwaardelijk is natuurlijk best te overleven, maar hoe kun je iemand die voor een dergelijke klacht terecht moet staan 5 maanden voorwaardelijk geven. Dat is net iets meer dan niets. Jansen Steur kreeg een eis van 6 jaar detentie om zijn oren.

De consequenties zijn echter veel te groot.

Deze uitspraak wordt gebruikt als jurisprudentie. Met dit volkomen onterecht verkregen document kun je op elk moment iedere arts die alternatief werkt uit zijn beroep zetten. Het zou einde verhaal betekenen voor de natuurgeneeskunde door artsen en therapeuten.

Die therapeuten waren eigenlijk al min of meer monddood gemaakt. Moet je voorstellen, ze mogen wel onderzoeken en adviseren, maar ze mogen geen diagnose stellen. Wettelijk zijn ze er ook niet, omdat iedereen zich therapeut mag noemen. Tot ze fouten maken, want dan worden ze wel aangepakt. Zoiets als de verkoop van wiet producten, je mag het wel verkopen, maar je mag het niet inkopen. Tenminste niet in een acceptabele hoeveelheid.

 

Sylvia’s verhaal

Bij een eerste consult is er bij het begin een anamnese. Dat spreekt, je vraagt eerst wat is er aan de hand en wat kan ik voor u doen. Er was sprake van borstkanker, maar de diagnose was nooit gesteld. De essentiële punctie was niet verricht en dat wist mevrouw Millecam zeker. Ze had de naald eigenhandig van zich afgeduwd. Geen punctie, geen punctiemateriaal, geen diagnose kanker.

Het was toch wel aannemelijk dat het kanker was? Jawel, maar er waren ook zoveel anderen, zowel doctoren als therapeuten, die het hele proces niet als kanker zagen, maar als bacteriële infectie. “Hoeveel artsen en therapeuten hebben u nu al gezien om u te adviseren?”

“Ik ben de tel kwijt, maar het ligt tussen de 20 en de 30. Alleen de oncologen die ik gezien heb, zeiden dat het kanker was. Adenocarcinoom, dat was uit de punctie gebleken. Maar die punctie was nooit verricht! Hoe zat dat dan? Dat is een goeie vraag. Ze zaten allemaal te liegen om mij maar naar de chirurg te krijgen en de chemo te ondergaan. Ik moest eerst een chemokuur doen en daarna een operatie. Ik wilde geen chemo, absoluut niet. Mijn vader heeft chemo gehad en naar het bleek had hij een bacteriële infectie. De goede man is daaraan overleden. Mijn tante van moederskant overleed ook aan de chemo. Ik wil geen chemo, nu niet, nooit niet. Operatie willen ze niet doen als eerste ingreep. Ze zijn bezig met een onderzoek wat het beste is. Eerst chemo of eerst operatie. Hiervoor is er een verdeling bedacht. Boven de Waal eerst chemo en dan operatie, onder de Waal eerst operatie en dan chemo ondergaan en dat wil ik niet. Tegenover operatie sta ik niet zo afwijzend, maar dan moet er eerst een beter onderzoek plaatsvinden.”

 

Wanneer en hoe is het begonnen?

“Anderhalf jaar geleden was ik bij de huisarts met een bobbeltje in mijn borst. Met druk pijn, niet zo hard. Het leek onschuldig. Ik sprak met de huisarts af dat we het in de gaten moesten houden en ik zou na 4 weken nog eens later onderzoeken. Ik ben toen bij enkele vriendinnen geweest. Die zeiden dat het een bacterieel abcesje was, dat konden ze voelen of meten. Ik ben toen niet teruggegaan naar dr. Kist, de huisarts. Die kwam ik 7 maanden later toevallig tegen en ik ging op consult. Het knobbeltje was gegroeid, hard en pijnlijk. Dr. Kist verwees mij toen naar het Kennemer Gasthuis naar dr. Tetering en dr. Jansen. Er werden foto’s gemaakt een echo gedaan, bloed onderzocht en een punctie afgesproken. Uit de onderzoeken kwamen geen afwijkingen naar voren die op kanker wezen. De punctie heb ik eigenhandig onderbroken. Ik was bang dat ze mijn borstimplantaten zouden aanprikken. Als die gaan lekken dan kun je daar ernstig ziek van worden. Ik duwde de naald weg. Er werd geen goede punctie verricht.”

 

“Toen ben ik naar dr. Meijer gegaan. Die zag mijn borst, voelde de zwelling en zei dat het een adenocarcinoom was. Precies wat ook uit de punctie was gebleken. Chemo en daarna operatie was het advies. Ik wist dat er geen punctie was verricht, die man zat te liegen. Daar moest ik niet meer naar toe.”

“Toen ging ik naar dr. Walraven, een aardige mevrouw die ook weer na onderzoek van de borst zei dat het adenocarcinoom was en dat ze het punctiemateriaal nogmaals had bekeken en daar bleek de diagnose opnieuw uit. Stelletje leugenaars dacht ik, opnieuw die leugen over de punctie. Daar moest ik ook niet zijn.”

“Daarna naar het Anthonie van Leeuwenhoek ziekenhuis. Ik zag dr. Rutgers. Die onderzocht heel gewichtig met tekeningen erbij en kwam ook weer met de punctie voor de dag. De punctie die nooit verricht was. Ik zei dat tegen hem en hij antwoordde in felle bewoordingen: “Mevrouw Millecam u hebt adenocarcinoom, dat moet geopereerd worden. Eerst chemo, dan operatie, dan waarschijnlijk nog hormonale nabehandeling.” Dat was het dwingende advies. Ik had dat op te volgen, anders was daar het gat van de deur. “Graag op korte termijn beslissen, want ik ga binnenkort voor een maand op vakantie.” Ook bij deze leugenaar en dwingeland moest ik niet zijn.”

 

 “Ondertussen bleef ik onder behandeling van alternatieve behandelaars die nog steeds vonden dat het een bacterieel abces was. Ik was ook regelmatig bij Jomanda en die adviseerde me absoluut niet in me te laten snijden. Niet snijden, niet snijden. Daarnaast was ik bij dr. Buchem die zontherapie toepast. Diverse therapeuten pasten wel wat toe, maar het had allemaal geen duidelijk effect. Dr. Koonen stuurde (niemand deed eigenlijk iets zinnigs) me naar Zwitserland voor de elektromagnetische behandeling. Dat hielp ook niets.”

“U had toch kunnen overwegen toch de adviezen van de oncologen te volgen?”

“Nee, ik kon absoluut niet met dit leugenachtige stelletje in zee gaan. Dat kon nooit goed zijn. De adviezen van Jomanda en de andere alternatieve therapeuten, ook die van dr. Dankmeyer, ook die van waarzeggers en zieners, waren zo overtuigend dat ik die weg bleef bewandelen. Zo ben ik nu uiteindelijk bij u terecht gekomen. Ik hoop dat u mij kunt helpen vanaf dit moment. 8 december 2000.”

 

Het onderzoek bij het eerste consult was summier. Het was overduidelijk een grote verharde tumor die geopereerd moest worden. Bij palpatie, het voelen met je vingers, bleek de ernst overduidelijk. Een punctie was de enige oplossing voor de juiste diagnose.

 

De puzzel

De enige oplossing die ik zag was echt operatie en mogelijk chemo daarna.

Na summier lichamelijk onderzoek met de conclusie ernstige vorm van kanker, maar wel een uitgroei die vragen opwierp. Zo groeit een kankergezwel niet. Het groeide als een lavastroom uit een vulkaan. Verharding naar alle kanten. Ruimten groeiden vol alsof de lava erin gestroomd was. Geen lymfeklieren te voelen.

Het bloed was onlangs nog onderzocht, geen waarden die op kanker leken.

Een puzzel.

Ik onderzoek daarna met een alternatieve onderzoeksmethode. De vegetatieve reflextest. Een prachtige test die gebruik maakt van een beschermingsreflex van de levende wezens op deze aardbol, ik legde de test uit terwijl ik hem uitvoerde. Een door god en kosmos aan de levende wezens geschonken reflex, die ons op de nadering van gevaar attendeert door te reageren met verkramping van je buitenste laagje, het onderhuids bindweefsel.

Die bescherming hebben we in onze toestand in de evolutie niet meer nodig, maar we hebben die reflex nog wel en bij deze test kunnen we daar gebruik van maken. Deze test, die ik nu zo’n 2 miljoen keer heb gebruikt bij het stellen van de juiste diagnose (bij elk onderzoek van een patiënt doet men die test wel zo’n 100 keer), gebruikte ik om te bepalen wat er nu bij mevrouw Millecam gaande was. De conclusie was: Mevrouw Millecam u hebt een ernstige vorm van kanker, die gestabiliseerd is, er was van alles aan gedaan. Maar daarnaast een bacterioide ontsteking die voor die rare uitgroei verantwoordelijk was. Dus twee diagnoses, gestabiliseerd kanker en bacterioide ontsteking.

Ik gaf aan dat ik aan die bacterioide ontsteking iets kon doen. Daarna moest ze voor operatie naar een chirurg die daar bedreven in was.

“U kunt dus iets voor mij doen.”

“Ja, maar operatie blijft van het allergrootste belang.”

 

Ik vond een bacterioid die de afwijkende groei veroorzaakte en behandelde met een alternatief middel dat daarvoor ontwikkeld was, Protexa.

Ik gaf ook nog Zywut, een middel dat we voor de behandeling van kanker gebruiken, dat ter stabilisering.

Ik gaf deze middelen om de tumor te doen slinken en daardoor een toestand te bereiken waar een chirurg bereid zou zijn te opereren zonder chemo, ook al weer omdat de diagnose niet duidelijk was. De tumor werd kleiner, soepeler en het moment naderde dat een chirurg moest ingrijpen. Ik gaf mevrouw Millecam een brief mee die zij aan een bevriende chirurg gaf. Die chirurg heeft getuigd dat hij de brief van mevrouw Millecam ontving.

Het verdere verloop via die chirurg is niet duidelijk. Mevrouw Millecam ging niet met mijn bemoeienissen door en ging terug naar dr. Koonen. We namen in goed overleg afscheid.

 

Weer bij de rechtbank

We stonden allemaal weer op, al was het met steeds meer tegenzin.

“Mijnheer Broekhuyse, we hebben het vonnis voor ons. U bent een laakbare dokter. U hebt verzuimd een brief te sturen naar een chirurg om hulp te vragen in deze precaire situatie.”

De partner van mevrouw Millecam bleek ook hier onbetrouwbaar. Hij zei voor de rechtbank: “Nee hoor, nooit een brief gezien”.

Er was dus wel zeker een brief geweest! Hij had hem zelf met Sylvia aan die bevriende chirurg gegeven.